Complementaire behandelingen

Moermantherapie

Zo werkt het
Cornelis Moerman en zijn therapie

De grondlegger van de Moermantherapie is de Vlaardingse arts Cornelis Moerman (1893 - 1988). Hij ontdekte in de jaren dertig door experimenten met postduiven dat er een nadrukkelijk verband bestaat tussen leefwijze, voeding en kanker. Op dit gegeven baseerde hij zijn therapie, die hij in 1939 met succes op een ernstig zieke kankerpatiënt toepaste. Met deze therapie bleef hij kankerpatiënten behandelen tot 1985.

Zijn uitgangspunt was dat kanker het gevolg is van een fout in de stofwisseling. Het herstellen van die stofwisseling zou in deze optiek moeten leiden tot genezing. Via zijn experimenten vond Moerman een aantal stoffen die naar zijn mening absoluut noodzakelijk zijn voor een goede gezondheid van de lichaamscellen. Deze stoffen (ijzer, zwavel, jodium, citroenzuur, vitamine A, D, E, de vitamines van het B-complex en later vitamine C) vormen de grondslag van de door hem ontwikkelde kankertherapie.
De therapie bestaat uit twee delen. Het eerste is de voedingswijze. Alles wat minder goed of schadelijk is, is hieruit zorgvuldig geweerd. Wie de Moermanvoedingswijze volgt, krijgt uitsluitend stoffen binnen die helpen de gezondheid te verbeteren. Het tweede deel bestaat uit het toedienen van supplementen: extra vitamines, mineralen en andere micro voedingsstoffen.
In het spraakgebruik wordt de therapie vaak vereenzelvigd met de voedingswijze. Ten onrechte, want de voedingswijze is dus één van de twee pijlers van de Moermantherapie. De voedingswijze kan iedereen zelfstandig volgen, terwijl voor het volgen van de Moermantherapie begeleiding door een Moerman arts noodzakelijk is.

 

Patiënten als bewijs

De Moermantherapie werkt. Het beste bewijs daarvoor vormen de patiënten die de therapie volgden en er baat bij hadden (en vaak nog steeds hebben). Velen van hen waren opgegeven, anderen begonnen er in een vroeg stadium mee. In deze verhalen vertellen patiënten wat de Moermantherapie voor hen heeft betekend of nog betekent in termen van energie, fitheid, kwaliteit van leven of zelfs genezing. Hun verhalen maken duidelijk dat het Moermandieet geen wondermiddel is, maar wel een zeer waardevolle rol kan spelen in het gevecht tegen kanker.

 

Onderzoek naar Moermantherapie

Bron: Reformatorisch Dagblad

Gepubliceerd op: 26 maart 1979
 
binnenlandredactie
„AFREKENING" MET RAPPORT-DELPRAT
DEN HAAG — „Hoe een kankertherapie geen kans kreeg". Onder deze titel verscheen vorige week in het blad „Intermediair", een tijdschrift voor leidinggevende functionarissen, een wetenschappelijke ,,afrekening" met het rapport-Delprat. Dit in 1958 verschenen rapport kraakte destijds de therapie van dokter Moerman ter genezing van kanker.
 
De vijf wetenschappers die nauw. keurig hebben onderzocht hoe de rapporteurs destijds tot hun conclusies zijn gekomen zeggen nu in „Intermediair" dat de criteria die werden aangelegd wel moesten leiden tot de conclusie, dat de methode Moerman geen bijdrage kon leveren in de strijd tegen de gevreesde volksziekte.
 
Wat het onderzoek naar de methode zelf betreft wijzen de schrijvers op het feit, dat er door de commissie-Delprat criteria werden aangelegd die er toe leidden, dat er geen enkel geval overbleef, waarvan de genezing — menselijkerwijze gesproken — kon worden toegeschreven aan de methode-Moerman. Wat was namelijk het geval? De commissie stelde, dat allereerst pathologisch-anatomisch moest zijn vastgesteld, dat de bij het onderzoek betrokken patiënten inderdaad kanker hadden. Daarnaast werd gesteld, dat als een vastgestelde genezing of klinische verbetering aanwezig was bij door Moerman behandede patiënten, dan geen andere behandelwijzen mochten zijn toegepast. Het is duidelijk, dat er dan geen patiënten overblijven, die op een door de therapie-Moerman veroorzaakte genezing kunnen wijzen. Deze mensen kwamen immers meestal bij dokter Moerman terecht, nadat ze in de ziekenhuizen waren geopereerd of bestraald, maar waarbij de ziekte toch doorging. Als bij deze patiënten gunstige resultaten werden geboekt kwamen die niet in aanmerking bij de commissie-Delprat, omdat ze al behandeld waren en daardoor misschien alsnog genazen.
 

Nieuw onderzoek kankertherapie dr. Moerman

Daarnaast kwamen er ook mensen bij Moerman die klachten hadden die wezen in de richting van kanker, maar die niet eerst de weg huisarts-specialist-ziekenhuis hadden afgelegd. Ze hadden van familieleden of vrienden van de resultaten van dr. Moerman gehoord en wendden zich liever regelrecht tot hem. Echter ook deze mensen kwamen niet in aanmerking voor een positief resultaat bij de commissieDelprat, omdat niet „pathologisch anatomisch" was vastgesteld, dat ze aan kanker leden. Nogmaals deze aangelegde criteria moesten wel leiden tot de conclusie, dat de methoden van Moerman geen resultaten opleverden.

 
Naast deze fundamentele kritiek op het rapport-Delprat zetten de vijf onderzoekers nog veel vragen bij het cijfermateriaal, dat talrijke hiaten vertoont. Ook verwijt men de commissie, dat niet is onderkent, dat dr. Moer
 
DOKTER MOERMAN ...nieuw onderzoek komt op gang... man een totaal ander uitgangspunt heeft dan de officiële wetenschap. Moerman noemt kanker een systeem-, ziekte, een ontsporing van de stofwisseling, waardoor een kwaadaardige cel ontstaat die vervolgens ongeremd gaar groeien. In deze methode wordt getracht het gehele lichaam weer in een optimale conditie te brengen, waardoor de kankercel als het ware moet afsterven. In de officiële wetenschap richt men zich alleen op de kwaadaardige cellen.


Nieuw onderzoek

Dringend nodig is een nieuw onderzoek naar de methode Moerman, omdat ook onder de doktoren steeds meer aanhangers komen voor de therapie van de Vlaardingse arts. In ,,Intermediair" wordt bericht, dat een binnenkort op te richten stichting hoopt de gelden voor een wetenschappelijk onderzoek bij elkaar te brengen. Men denkt ongeveer twee miljoen gulden bijeen te moeten brengen.
 
De auteur van het artikel in „Intermediair" zijn: Dr. C. W. Aakster, onderzoeker in de gezondheidszorg; dr. J. Wiese, die momenteel al een onderzoek verricht bij door Moerman behandelde patiënten, dr. O. G. Meyer, ontwikkelingsbioloog aan de VU in Amsterdam; dr. G. Becht, wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de universiteit van Nijmegen; en mevrouw drs. M. van Kampen-Donker, die aan een proefschrift over kanker werkt.

 

Orthomoleculaire geneeskunde

Lichaam zelf de strijd met kanker laten aanbinden

 De orthomoleculaire geneeskunde is relevant bij de behandeling van kanker omdat ze is gebaseerd op het principe dat kanker veroorzaakt wordt door een omgeving die het toestaat dat zich tumorcellen vermenigvuldigen. Orthomoleculaire oncologie  is een zogeheten metabole- of stofwisselingstherapie, net als nutritionele oncologie, Houtsmullertherapie, Moermantherapie, Gersontherapie en andere niet-toxische tumortherapieën. De behandeling is erop gericht dat het lichaam de strijd met de kankercellen aangaat.
Orthomoleculair is een centraal begrip.  Het betekent: de juiste samenstelling van moleculen, de juiste moleculaire omgeving. De eerste orthomoleculaire geneeskundige van Nederland was Cornelis Moerman.
Niet-toxische-tumor therapie staat, zoals uit de naam af te leiden valt, voor een behandeling met niet-giftige medicamenten. Hieronder vallen  de meeste complementaire behandelingen.

 

Dendritische celtherapie

Cellen leren andere cellen te vernietigen 

Dendritische celtherapie is een vrij nieuwe behandeling die op experimentele basis ook in universitaire centra wordt toegepast. Dendritische cellen (een soort witte bloedlichaampjes) van de patiënt worden buiten het lichaam vermeerderd en in contact gebracht met onbehandeld tumorweefsel dat tijdens een operatie is weggenomen. De dendritische cellen worden als het ware getraind om de kankercellen te herkennen en te vernietigen. Wanneer de afweercellen weer aan de patiënt teruggegeven worden, kunnen zij hun werk uit gaan voeren.

In Duitsland kan deze therapie worden gevolgd bij dr. Michael Martin, 
 

http://www.immuntherapie.org/cms/1/?i=1.1..22....de
en
http://www.iozk.de/website/content/contact_information/en

 

Hyperthermie

Warmte werkt bij kanker

Hyperthermie is een vorm van kankerbehandeling waarbij tumorweefsel wordt verhit tot een temperatuur van 41-43°C met als doel kankercellen gevoeliger te maken voor de effecten van bestraling of van bepaalde geneesmiddelen. Hyperthermie werd 30 jaar geleden geïntroduceerd in de klinische oncologie. Momenteel worden verschillende methoden toegepast waarbij de temperatuur zowel lokaal, regionaal als over het hele lichaam kan worden opgevoerd. Lokale of regionale hyperthermie kan nuttig zijn voor vergevorderde tumoren wanneer chirurgie en bestraling onvoldoende resultaten geven.

In tegenstelling tot de lokale en regionale hyperthermie (die vooral het tumorweefsel opwarmt), verhoogt systemische hyperthermie de temperatuur van het hele lichaam tot ongeveer 42°C. Er bestaan verschillende technieken. Meestal maakt men gebruik van hoogfrequente radiogolven, microgolven of infrarood licht. In de praktijk wordt hyperthermie bijna steeds toegepast in combinatie met andere vormen van kankertherapie, doorgaans radio- en/of chemotherapie. Klinische studies tonen significante verbeteringen aan in het behandelen van tumoren van urineblaas, borst, baarmoederhals, hoofd, nek en wekedelen-sarcomen (tumoren van steun-, spier- en perifeer zenuwweefsel). De gunstige resultaten hebben geleid tot de introductie van hyperthermie in de behandeling van kanker, zij het in een beperkt aantal centra wereldwijd. Hyperthermie is voornamelijk beschikbaar in klinische onderzoekscentra en privéklinieken in China, Duitsland, Italië, Japan, Nederland, NoordAmerika, Oostenrijk en Zwitserland.

Klinische hyperthermie behandelingen vinden in Nederland alleen plaats in het AMC, het ErasmusMC, en Instituut Verbeeten. Deze drie ziekenhuizen bieden hyperthermie behandelingen aan uitsluitend in combinatie met radiotherapie of chemotherapie, omdat daarvan het klinische effect wetenschappelijk is aangetoond.  De behandeling wordt dan ook vergoed door de ziektekosten verzekeraars. Hyperthermie wordt in ons land alleen aangeboden bij tumoren van urineblaas, borst, baarmoederhals, hoofd, nek en wekedelen-sarcomen. Bij het Centrum Hyperthermie in Amsterdam, een privékliniek, wordt ook bij andere tumoren met hyperthermie gewerkt. De gebruikte apparatuur wijkt af  van die in de Nederlandse ziekenhuizen. Deze vorm van hyperthermie wordt ook wel oncothermie genoemd en zou minder effectief zijn. Bij de Helios Kliniek in Hüls (net over  de grens bij Venlo) wordt ook veel vaker dan in ons land hyperthermie toegepast, dat wil zeggen in de vorm van oncothermie. Ook in andere Duitse ziekenhuizen is dat doorgaans het geval. Afhankelijk van uw zorgverzekeraar kan die behandeling worden vergoed.

http://www.hyperthermie.info/?gclid=CIvO5oT3zLYCFQrJtAodLQMArQ
http://www.hyperthermie.nl/
http://www.refdag.nl/achtergrond/gezondheid/duitse_kliniek_helpt_onbehan...
http://www.reliablecancertherapies.com/sites/default/files/documents/hyp...

 

Overige

Van Gersontherapie tot therapieën die op energie zijn gebaseerd.

Max Gerson (18881-1959), een Duitse arts,  benadrukte dat er  geen kanker bestaat bij een normale stofwisseling. Het oorspronkelijk voor suikerziekte ontwikkelde dieet paste hij ook met succes toe bij kankerpatiënten. Hij combineerde een krachtige ontgifting door middel van koffieklisma’s, met een vetarme, zoutloze voeding die met name bestaat uit biologisch geteelde vruchten en groenten en heel veel verse sap van vruchten. Vlees is niet toegestaan. Daarbij supplementen als vitaminen, mineralen, orgaanextracten en enzymen. De therapie wordt momenteel door zijn dochter beheerd in Californië en Mexico.

 

Beard-Kelley-Gonzalez therapie

Deze therapie bestaat  uit een speciaal zeer individueel samengesteld dieet met veel supplementen waarin pancreasenzymen een belangrijke plaats innemen. De ontgiftende maatregelen in de therapie zijn overgenomen van Max Gerson. De centrale rol van alvleesklier in het lichaam  staat centraal in deze therapie. Dr. Gonzalez behandelt in zijn eigen praktijk in New York kankerpatiënten met deze therapie. Bij de behandeling van alvleesklierkanker is dr. Gonzalez redelijk succesvol.

 

Budwig-dieet

De Duitse biochemicus dr. Johanna Budwig heeft een dieet ontwikkeld dat de zuurstofvoorziening van de cel moet verbeteren. Het zogenaamde Budwigpapje neemt in het dieet een belangrijke plaats in. Dit papje is gebaseerd op lijnzaadolie en cottagecheese (hütenkase). Het dieet wordt aangevuld  met. volwaardige voeding, sappen en koffieklisma’s.

 

Ayurveda

Ayurveda betekent  wetenschap van het leven. Het is waarschijnlijk de oudste geneeskunde. Al  meer dan 6.000 jaar wordt deze in India gepraktiseerd. Het is een geneeskunde die gebaseerd is op een holistische behandeling. Preventie van ziekten is ook hier het belangrijkste en deze wordt bereikt door het behouden van een goede gezondheid. Van iedere patiënt wordt een gedetailleerd onderzoek gedaan waarbij  met name gebruik wordt gemaakt van polsdiagnostiek. Het is veel meer dan een geneeskunde, het is tevens een leefstijl en een filosofie.

Gecombineerd worden geneeskunde, dieet, massage, ontgifting, meditatie en ademhalingsoefeningen. In de medicijnen bevinden zich voornamelijk  plantaardige stoffen, zoals Carctol (een mengsel van acht Indiase kruiden).

 

Naast deze therapiën kan ook, eventueel aanvullend, gebruik gemaakt worden van:

Vitamine C, intraveneus toegediend in hoge dosis. Kankercellen kunnen hierdoor gedood worden. Normale weefsels worden beschermd voor de eventuele . chemotherapie en de kwaliteit van het leven wordt verbeterd. De anti-neoplaston therapie. Dr. Stanislaw Burzynski, een Poolse arts en biochemicus die nu in Amerika woont, heeft een groep van eiwitten en aminozuur-afgeleiden ontdekt die in ons lichaam voorkomen en de vorming van kanker remmen. Vandaar de naam die hij gegeven heeft: anti-neoplastons. Ze worden gezien als ons biochemische verdedigingssysteem, dat functioneert naast ons afweersysteem (immuunsysteem). Burzynski heeft gevonden dat kankerpatiënten een groot tekort hebben aan deze anti-neoplastonen. Aanvullen van deze anti-neoplastonen moet de tumor kleiner maken en zelfs doen verdwijnen.

 

-714-X. Gaston Naessens, een Franse bioloog, heeft meer dan 50 jaar geleden een niet-toxische behandeling van onder andere  kanker ontwikkeld genaamd 714-X. Deze is gebaseerd  op de theorie dat er microscopisch kleine organismen, somatiden genaamd, in het bloed voorkomen. Bepaalde soorten hiervan komen specifiek voor in het bloed van mensen die kanker hebben of een andere ernstige ziekte. 714-X helpt het lichaam om de kankercellen aan te vallen. Het beschermt, stabiliseert en reactiveert het immuunsysteem zodat het lichaam 

 

Andere niet-toxische tumortherapieën maken gebruik van energie gegenereerd door elektrische apparaten die kankercellen elimineren of de kwaadaardige groei van cellen afremmen. Ze omvatten alle niet-conventionele behandelingen van kanker die gebaseerd zijn op de fysieke wisselwerking tussen kankercellen en de energie die wordt overgedragen op het lichaam. De energiebronnen maken gebruik van ultrasone golven, elektriciteit, magnetisme of van elektromagnetische (EM) straling zoals radiogolven, laserstralen of straling afkomstig van andere delen van het EM-spectrum. Ze maken gebruik van specifieke golflengten, frequenties en veldsterkten om patiënten met kanker te behandelen. We hebben deze therapieën ingedeeld in verschillende categorieën. De thermale therapieën zijn onderverdeeld in Hyperthermie en Thermische ablatie op basis van de temperatuur die wordt gebruikt. De Fotodynamische therapie en Electrochemotherapy zijn nieuwe toepassingen in de behandeling van kanker. Voorbeelden van therapieën gebaseerd op elektriciteit zijn de Pulserend elektrisch veld therapie en de Elektrochemische therapie. Verschillende andere vormen van elektrische stromen met betrekking tot frequenties, pulsvorm en amplitudes zijn in gebruik. De Elektromagnetische therapieën bestaan uit verschillende technieken die gebruik maken van zwakke elektromagnetische veldsterkten. De meerderheid van deze therapieën bevindt zich echter nog in het klinisch onderzoek of zelfs in het preklinische of experimentele stadium. We weten dus nog bijzonder weinig over hun werkingsmechanismen. Therapieën die in de reguliere klinische praktijk worden toegepast als gevolg van positieve klinische studies, zijn beschikbaar in een beperkt aantal centra wereldwijd. Sommige van deze therapieën kunnen als monotherapie worden beschouwd of in combinatie met andere therapeutische modaliteiten worden toegepast om de werkzaamheid van een kankerbehandeling te verbeteren.

 

Meer info: http://www.reliablecancertherapies.com/nl/therapies?thercat_tid=2267

Gerelateerde artikelen in Uitzicht